|
Frank Martin
(1890-1974) behoort met Honegger tot de belangrijkste Zwitserse componisten van de 20e eeuw. Zijn oeuvre omvat werken in vrijwel alle genres: balletten, toneelmuziek, oratoria, opera, orkestwerken, liederen, kamermuziek en piano- en orgelwerken.
In 1940 huwde Martin met een Nederlandse. Na de oorlog, in 1946, vestigden zij zich aanvankelijk in Amsterdam. Tien jaar later verhuisden zij naar Naarden. Tot aan zijn dood heeft Martin daar gewoond. In Zwitserland had hij aan conservatoria les gegeven, maar in Nederland leidde hij een teruggetrokken bestaan om zich volop op het componeren te kunnen richten. Zijn internationale erkenning wekte zelfs aanvankelijk gevoelens van jaloezie in het Nederlands muziekleven. Zijn muziek is echter van blijvende invloed gebleken.
Veel heeft hij te danken aan het muzikale milieu waarin hij in Genève opgroeide. Omringd door negen oudere, musicerende broers en zusters raakte hij bekend met de rijke traditie van de Duitse kamermuziek en begon op 8-jarige leeftijd met componeren. Een uitvoering van de Matthäus-Passion van Bach die hij als 12-jarige bijwoonde heeft een blijvend effect gehad. Bach is voor Martin altijd de ware meester gebleven.
Martins belangrijkste a capella-compositie is de mis voor dubbelkoor die Chantatouille uitvoert. Hij componeerde het grootste deel van dit monumentale werk in 1922; alleen het Agnus Dei ontstond in 1926. In deze periode was hij nog niet beïnvloed door de 12-toons techniek van Arnold Schönberg en was op zoek naar een eigen muzikale taal. Van allerlei invloeden is wel iets terug te vinden in deze vroege compositie, maar toch is deze mis een volledig persoonlijk werk. Er is nauwelijks sprake van grote pathetiek, er klinkt een ontroerende eerlijke beschouwing. Het werk was voor Martin zelfs zo persoonlijk, dat hij de muziek lange tijd niet aan de openbaarheid prijs wilde geven. De mis voor dubbel koor werd pas in 1963 voor het eerst, in Hamburg, uitgevoerd.
Meer over Martin
|